Wat is een schouwarts?
Een schouwarts is een arts die na een overlijden het lichaam en de omstandigheden onderzoekt. Het woord wordt niet altijd op dezelfde manier gebruikt. Vaak bedoelt men de gemeentelijk lijkschouwer, een forensisch arts. De eerste lijkschouw wordt echter doorgaans gedaan door de behandelend arts of diens waarnemer. Er hoeft dus niet bij ieder overlijden een aparte gemeentelijke arts te komen.
De vraag bij de schouw is of de arts overtuigd is van een natuurlijke dood. Bij twijfel schakelt de behandelend arts de gemeentelijk lijkschouwer in. Dat is een zorgvuldigheidsstap; de komst van een forensisch arts betekent niet dat er automatisch een misdrijf is gepleegd.
Een lijkschouw is iets anders dan een obductie of autopsie. Bij de schouw beoordeelt de arts het lichaam uitwendig en verzamelt informatie over het overlijden. Inwendig onderzoek is een afzonderlijke procedure. Vraag de betrokken arts om uitleg als onduidelijk is welk onderzoek wordt voorgesteld.
Wie bel je en wat kun je alvast doen?
Bij twijfel of iemand nog leeft, bij plotseling bewustzijnsverlies of bij een acute noodsituatie bel je 112. Volg de aanwijzingen van de meldkamer. Ga niet zelf uit van overlijden.
Bij een verwacht overlijden thuis bel je de huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost. In een ziekenhuis, hospice of verpleeghuis waarschuw je het personeel. De zorgverlener regelt de inzet van de arts. Nabestaanden hoeven niet zelf te bepalen of een gemeentelijk lijkschouwer nodig is.
- Leg beschikbare identificatiegegevens en de contactgegevens van de behandelend arts klaar.
- Vertel wat je hebt gezien en wanneer er voor het laatst contact was. Benoem ook een recente val of een ongeval.
- Vraag wat je met het lichaam en de omgeving wel of niet mag doen. Verplaats of verzorg de overledene bij onduidelijke omstandigheden niet op eigen initiatief.
- Spreek af wie de familie informeert en wie bereikbaar blijft voor de arts.
Vragen die helpen tijdens het wachten
Vraag wie terugbelt, of je naaste al mag worden verzorgd en wanneer vervoer mogelijk is. Je hoeft de medische beoordeling niet zelf te begrijpen om deze praktische vragen te kunnen stellen. Noteer antwoorden en contactnamen, zodat de familie dezelfde informatie krijgt.
Je kunt wensen voor de afscheidsplechtigheid alvast bespreken. Maak afspraken over vervoer en opbaren wel afhankelijk van wat de arts of, bij nader onderzoek, de bevoegde autoriteit toestaat. Een uitvaartcentrum kan met de uitvaartverzorger meedenken over de mogelijkheden zodra daar duidelijkheid over is.
Wat onderzoekt de arts en wanneer volgt nader onderzoek?
De arts betrekt de medische voorgeschiedenis, de omstandigheden en bevindingen aan het lichaam bij de beoordeling. Informatie van naasten kan daarbij helpen. Ook een waarnemend huisarts kan een schouw verrichten; de eigen huisarts hoeft niet altijd aanwezig te zijn. De KNMG licht de rollen bij de lijkschouw toe.
Natuurlijk overlijden, twijfel of een ongeval
Een overlijden door ziekte kan natuurlijk zijn. Een overlijden door een ongeval, zoals een val, kan niet-natuurlijk zijn. Onverwacht overlijden en niet-natuurlijk overlijden betekenen niet hetzelfde. Bij twijfel over een natuurlijke dood schakelt de behandelend arts de gemeentelijk lijkschouwer in. Als ook deze niet overtuigd is van een natuurlijke dood, volgt melding aan de officier van justitie.
De officier van justitie beslist of verder onderzoek nodig is. De planning van de uitvaart kan daardoor veranderen. Vraag de contactpersoon wanneer een volgende update wordt verwacht; er is geen vaste wachttijd die voor iedere situatie geldt.
Euthanasie en overlijden van een kind
Na euthanasie wordt de gemeentelijk lijkschouwer ingeschakeld. Dit hoort bij de wettelijke procedure. Vraag de betrokken arts wie je informeert over de vrijgave van het lichaam en wanneer de uitvaartverzorger de verzorging en het vervoer kan afstemmen.
Bij het overlijden van iemand jonger dan 18 jaar moet de behandelend arts eerst overleggen met de gemeentelijk lijkschouwer voordat een verklaring van overlijden wordt afgegeven. Dat geldt ook bij een vermoedelijk natuurlijke dood. Dit overleg betekent niet automatisch dat ouders ergens van worden verdacht. Laat de arts uitleggen wat er gebeurt en of aanvullend onderzoek wordt besproken.
Voorbeeld: een val hoort bij het verhaal
Stel dat een oudere na een val achteruitgaat en later overlijdt. In dit denkbeeldige voorbeeld vertelt de familie zowel over de ziektegeschiedenis als over de val. De arts beoordeelt het mogelijke verband. De familie hoeft niet te besluiten wat de doodsoorzaak was; wel helpt het om relevante gebeurtenissen volledig te melden.
Welke documenten krijg je van wie?
De medische verklaring, de akte van overlijden en het verlof voor de uitvaart zijn verschillende documenten. Die worden niet allemaal door de schouwarts afgegeven.
| Document | Wie verzorgt dit? | Waarvoor dient het? |
|---|---|---|
| Verklaring van overlijden (A-verklaring) | De bevoegde arts bij overtuiging van een natuurlijke dood. | Onderdeel van de procedure voor aangifte van overlijden. |
| Doodsoorzaakverklaring (B-verklaring) | De arts. | Vertrouwelijke informatie voor de doodsoorzakenstatistiek; geen gewone verzekeringsbijlage. |
| Akte van overlijden | De ambtenaar van de burgerlijke stand. | Officiële registratie van het overlijden. Een afschrift kan nodig zijn voor de administratie. |
| Verlof tot begraven of cremeren | De ambtenaar van de burgerlijke stand. | Toestemming voor de begrafenis of crematie, nadat aan de vereisten is voldaan. |
De uitvaartverzorger doet vaak namens de nabestaanden aangifte bij de gemeente. Bij een niet-natuurlijke dood zijn aanvullende stappen nodig, waaronder de betrokkenheid van de officier van justitie. De overheid legt de procedure uit bij aangifte en akte van overlijden.
Bewaar administratieve documenten bij elkaar, maar stuur medische informatie niet automatisch mee naar iedere organisatie. Vraag bij een verzekeringsclaim welke stukken nodig zijn. Degene die het overlijden meldt, is niet vanzelfsprekend de begunstigde van de uitvaartverzekering.
Wat betekent de schouw voor het afscheid en de verzekering?
Zodra duidelijk is dat verzorging en vervoer kunnen plaatsvinden, kan de uitvaartverzorger de volgende stappen afstemmen. Geef door of er nog onderzoek loopt. Reserveer tijden voor een begrafenis of crematie pas definitief nadat duidelijk is welke planning mogelijk is.
In beginsel vindt begraven of cremeren niet eerder dan 36 uur en niet later dan zes werkdagen na overlijden plaats. Weekenden en feestdagen tellen niet als werkdagen. Voor afwijken van deze termijn is toestemming nodig. Raadpleeg de uitleg van de Rijksoverheid over uitvaarttermijnen en laat de uitvaartverzorger een eventueel uitstel afstemmen.
Houd medische beoordeling en verzekeringsdekking uit elkaar. De aanduiding natuurlijk of niet-natuurlijk overlijden is op zichzelf geen uitspraak over wat een polis uitkeert. Meld het overlijden aan de verzekeraar en vraag welke gegevens nodig zijn. Bij onduidelijkheid over een bestaande verzekering kan het stappenplan voor oude polissen terugvinden helpen.
Vraag bij extra kosten door vervoer, bewaring of een gewijzigde planning vooraf wie deze in rekening brengt en of er dekking voor is. Neem zulke posten afzonderlijk op in het overzicht van uitvaartkosten. Zo voorkom je dat de familie op basis van aannames opdrachten geeft.